Darmkanker symptomen

Wat is darmkanker?

Van darmkanker spreekt men bij aanwezigheid van een kwaadaardig gezwel in de dunne darm, dikke darm of endeldarm, ook wel 'rectum' genoemd. Bijna alle darmkankers ontstaan in (het laatste deel van) de dikke darm. De kans op kanker in de dunne darm is zeer klein. Meestal ontstaat het gezwel in de endeldarm of in het sigmoïd, het s-vormige gedeelte voor de endeldarm. Dikkerdarmkanker (waar zowel colon- als rectumkanker onder wordt verstaan) is één van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Ongeveer 6 procent van de bevolking in de Westerse landen ontwikkelt op enig moment in zijn leven darmkanker.



Dikke darmkanker ontstaat vrijwel altijd uit een poliep, een woekering van het slijmvlies van de dikke darm. Poliepen variëren in grootte en in vorm en komen naar schatting bij vijf tot twintig procent van alle mensen boven de vijftig jaar voor. Vaak hebben mensen een poliep zonder er erg in te hebben, omdat ze vaak geen klachten hebben. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven ook goedaardig Sommige poliepen bevatten echter ‘onrustige’ cellen en kunnen op een gegeven ogenblik uitgroeien tot een kwaadaardige tumor. Deze poliepen worden 'adenomen' of 'adenomateuze poliepen' genoemd. Wanneer kwaadaardige cellen in de wand van de dikke darm groeien, wordt gesproken van 'dikke darmkanker'. De kanker kan zich uitzaaien wanneer de (kanker)cellen zich verspreiden via bloedvaten.

Wat veroorzaakt darmkanker?

Leefstijlfactoren spelen de belangrijkste een rol bij het ontstaan van darmkanker. Daarnaast is er de invloed van genetische (erfelijke) factoren.

Leefstijlfactoren

 De consumptie van rood vlees en vleeswaren verhogen het risico op darmkanker. Een beschermend effect gaat uit van de consumptie van koolsoorten, groene bladgroenten en melk. Voedingsvezels beschermen tegen darmkanker. Er zijn aanwijzingen dat plantaardige vezels een betere bescherming bieden dan graanvezels. Recente studies hebben verder aangetoond dat bepaalde stoffen in groenten, bijvoorbeeld isothiocyanaten, die Brassica (kool, broccoli, spruitjes, bloemkool) hun karakteristieke scherpe smaak geven, extra bescherming bieden tegen kanker.

Overmatig alcoholgebruik, maar ook overgewicht en obesitas zijn ook belangrijke risicofactoren voor darmkanker. Roken verhoogt het risico op het ontstaan van darmpoliepen, toch is de relatie tussen roken en darmkanker (nog) onduidelijk. Voorts is lichamelijke inactiviteit een risicofactor voor het krijgen van colonkanker.

De beste benaderingen om het risico op darmkanker te verkleinen zijn:

  • De consumptie van veel groene groenten, vooral kool, broccoli, spruitjes of bloemkool.
  • De consumptie van rood vlees beperken.
  • Vermijd vooral verbrand vlees, die kanker-bevorderende stoffen bevatten.
  • Het behouden of bereiken van een normaal lichaamsgewicht, en
  • het voorkomen van inactiviteit door regelmatig aan lichaamsbeweging te doen.


Genetische factoren

Ongeveer 10 procent van de darmkankers hebben een sterk genetisch component. De term ‘erfelijke darmkanker' is op zich weer de verzamelnaam voor een aantal subgroepen, waarvan dht Lynch syndroom (ook wel bekend onder de naam HNPCC-Lynch) de meest voorkomende is. Deze aandoening wordt veroorzaakt door verandering in het DNA, als gevolg waarvan een kwaadaardige poliep ontstaat. Dikkedarmkanker ontstaat bij patiënten met Lynch meestal voor het 50e levensjaar.

Patiënten met colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn hebben ongeveer een vijfvoudig verhoogd risico op darmkanker. Het risico wordt waarschijnlijk verminderd door het regelmatig innemen van mesalazine (5-aminosalicylzuur), een lokaal ontstekkingsremmend middel, dal decennia gebruikt voor de behandeling van chronisch inflammatoir darmlijden (Inflammatory Bowel Disease, IBD). Wetenschappelijk onderzoek duidt erop dat 5-ASA therapie ook het ontstaan van dikke darmkanker bij deze patiënten kan voorkomen.

Wat zijn de symptomen van darmkanker?

De volgende klachten kunnen wijzen op darmkanker:

  • Bloed in de ontlasting, soms met slijm. Het bloed is niet altijd met het blote oog te zien.
  • De ontlasting kan door het bloed donker van kleur zijn, soms zelfs bijna zwart. Soms is het bloed juist helderrood van kleur. Afhankelijk van de plaats van de tumor in de darmen varieert dit.
  • Verandering in de frequentie van de stoelgang. Je moet vaker of juist minder vaak poepen dan je gewend bent. Wat ook voorkomt is dat je de ene dag last hebt obstipatie (verstopping) en de andere dag van diarree.Wanneer de tumor de ontlasting deels tegenhoudt, kan verstopping ontstaan. Je ontlasting kan hierdoor ook de vorm van een potlood aannemen. Dit fenomeen wordt 'potloodontlasting' genoemd.
  • Loze aandrang. Het gevoel dat de endeldarm niet helemaal leeg is.
  • Bloedarmoede als gevolg van het bloedverlies in de darm. Hierdoor kun je je doorlopend moe voelen of licht in je hoofd.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies. Gewichtsverlies zonder duidelijke oorzaak.
  • Buikpijn, buikrampen, een opgeblazen gevoel, of een gevoelige plek in uw buik.

Hoe wordt darmkanker behandeld?

Afhankelijk van de plek in de darm waarvan men vermoedt dat de kanker aanwezig is, krijg je één of meer onderzoeken (endoscopie met weefselonderzoek, CT-scan, echografie, enz.) op basis waarvan de juiste diagnose wordt gesteld en bepaald wordt in welk stadium de kanker zich bevindt. De verschillende stadia hebben te maken met de uitgebreidheid van de tumor (is de tumor beperkt tot de darmwand of groeit deze er juist doorheen, eventueel tot in de regionale lymfeklieren?) en de eventuele aanwezigheid van uitzaaiingen in nabijgelegen lymfeklieren of elders in het lichaam. Het bepalen van het stadium is van belang om te bepalen welke behandeling op zijn plaats is.

Wanneer vaststaat dat je darmkanker heeft, zal de aandacht van de behandeld arts zich richten op de beste behandeling (bestraling, chemo of operatie of een combinatie). Wanneer de kanker niet uitgezaaid is, kan men overgaan tot een operatie waarbij de tumor verwijderd wordt door een groot deel van je darmen, lymfeklieren en lymfevaten te verwijderen. Daarna worden de twee darmuiteinden aan elkaar vastgemaakt, waardoor er een nieuwe verbinding ontstaat. Wanneer dit onmogelijk of onwenselijk is, maakt de chirurg een kunstmatige opening in je darm met een uitgang in uw buikwand (stoma). Wanneer genezing niet mogelijk blijkt, krijg je palliatieve zorg.


Geschreven door